Een jaar geleden liep ik een marathon in 3u. Een resultaat waar ik trots op ben, maar na de finish was ik fysiek volledig op. Voor de uitdaging van 30 mei — 18 uur non-stop — is die aanpak waardeloos. Ik moet mijn lichaam voor dit project volledig anders gaan trainen.
Een marathon is een korte, hevige inspanning vergeleken met wat me nu te wachten staat. 18 uur lopen vraagt om een 'diesel' die niet oververhit raakt. Het gaat nu om maximale efficiëntie op een lage hartslag: mijn lichaam leren om urenlang op vetverbranding te draaien zonder de motor op te blazen. Ik wil de man met de hamer ten alle tijde vermijden!
Blessurepreventie als prioriteit
Naast de conditie is er een andere belangrijke factor: heel blijven. Vorig jaar heb ik gesukkeld met hielspoor, een duidelijke herinnering dat het gestel de impact moet kunnen slikken. Met het oog op mei mag ik me absoluut geen blessures permitteren. De focus ligt daarom op een uiterst geleidelijke opbouw. Geen pieken in intensiteit, maar een gestage toename van het volume.
De eerste balans na twee weken:
De omschakeling is ingezet. De teller staat na veertien dagen op de eerste 100 kilometer in dit nieuwe tempo.
-
Hartslagmanagement: Ik dwing mezelf om rond de 128 bpm te blijven. Dat voelt soms tegennatuurlijk traag, maar het is de enige manier om de uithouding te verbeteren zonder de pezen te overbelasten.
-
Time on feet: Wandelen is nu een vast onderdeel van de training. Afgelopen weekend voegde ik 15 km wandelen toe aan een heuvelachtig loopje van 11 km. Zo train ik mijn lichaam om urenlang belasting te verdragen, zonder de hartslag de hoogte in te jagen.
-
Data-check: De cijfers zijn momenteel mijn beste raadgever. Met een rusthartslag van 46 bpm zie ik dat mijn lichaam de 100 km van de afgelopen twee weken goed verteert.
Verwachting:
Dit is een proces van 4 tot 6 weken voordat de echte verschuiving zichtbaar wordt in mijn basistempo.
De kop is eraf, de basis wordt gelegd. Stap voor stap, zonder forceren.